Door : Wim Bindels

De familie Gerrits aan de Onderkant was een gezin dat al voor en tijdens de oorlog zwaar getroffen werd. Twee kinderen van Jan en Han Gerrits, namelijk Marietje en Dientje, waren voor de oorlog overleden aan tuberculose. In 1944 overleed vervolgens hun zoon Wim aan diezelfde, in die tijd verschrikkelijke besmettelijke, ziekte. De familie woonde, met hun enig overgebleven dochter Nellie, samen met de familie Wannet onder een dak, in het in tweeën gedeelde ouderlijk huis van moeder Han Gerrits-Basten.

Men was net als een groot deel van de Onderkant en omgeving geëvacueerd geweest in Werkhoven. Op 4 juni had men de thuisreis weer aanvaard. Hiervoor was de hulp ingeroepen van voerman Kees de Bruin uit Werkhoven. Toen ze thuiskwamen zagen ze dat hun huis de oorlog redelijk goed had doorstaan en men ging meteen kijken hoe het er van binnen uit zag. Vader en moeder Gerrits gingen naar de kamer, waar ze voor de evacuatie wat waardevolle spullen hadden verstopt zoals wat sieraden. Kees de Bruin, die in Werkhoven een bodedienst exploiteerde, zou met Nellie en Anneke Kusters naar de keuken zijn gegaan om wat water te halen voor het paard. Juist op het moment dat geprobeerd werd of de pomp het nog deed, vloog het hele huis de lucht in. Er zouden mogelijk een aantal mijnen in het huis met de pomp verbonden zijn geweest en zijn ontploft (het is ook mogelijk, dat de mijnen aan een andere deur waren bevestigd, die op dat moment werd open gemaakt). Vader Gerrits, Anneke Kusters en voerman Kees de Bruin moeten onmiddellijk of bijna onmiddellijk dood zijn geweest. Moeder Gerrits en dochter Nellie werden zwaar gewond naar het Canisiusziekenhuis gebracht. Daar is moeder na enkele dagen overleden.

Buurvrouw Doorke Derks herinnert zich de fatale gebeurtenis nog maar al te goed. Ze was vanaf het patronaat, waar ze wat kleren bij de HARK had gehaald, net op weg naar huis toen ze de enorme klap hoorde. Toen ze dichterbij kwam zag ze dat het huis van de buren ontploft was. Op verzoek van de politie heeft ze later nog de 3 overleden personen geïdentificeerd. Daar was dus ook Anneke Kusters bij. Anneke was de oudste van de 5 kinderen van Thei en Bertha Kusters. Ze was op het moment, dat ze door het tragische ongeval om het leven kwam, 21 jaar oud. Vader Thei was net voor de oorlog, nog maar 40 jaar oud, overleden. Volgens Wiel Kusters, de jongste zoon van het gezin, waren ze met een grotere groep geëvacueerden uit Werkhoven teruggekomen in Milsbeek. Bij het huis van de familie Gerrits aangekomen, had Han aan Anneke, die verkering had gehad met haar in 1944 overleden zoon Wim, gevraagd of ze niet even mee naar binnen ging kijken, hoe het er uit zag. De rest van de familie Kusters, bestaande uit moeder Bertha en de kinderen Mien, Piet, Tön en Wiel waren doorgelopen naar hun eigen huis en hoorden toen ze net binnen waren de enorme knal. Anneke zou onder een omgevallen muur terecht zijn gekomen en tengevolge daarvan overleden zijn.

Nellie, die in haar hele lichaam scherven had zitten, heeft nog ongeveer een half jaar in het ziekenhuis gelegen, maar overleefde uiteindelijk als enige het verschrikkelijke ongeluk. Ze is later opgegroeid bij tante Hanneke in Cuijk. Zij was gehuwd geweest met de broer van haar moeder Han Basten en had zelf ook opgroeiende kinderen. Later heeft ze gediend bij Wim Jansen en Dieneke Koenen die toen aan de Zwarteweg woonden en waar ze ook haar man Herman Kersten, die op de Olde Kruyk werkte, leerde kennen.

Via de Historische kring ‘Tussen Rijn en Lek’ kwam ik in december vorig jaar in contact met Wim de Bruin, de jongste broer van Kees. Deze vertelde, dat hij enkele jaren geleden nog een keer in Milsbeek is geweest bij het gerestaureerde monument en toen ook bij Nellie is geweest. Hij vertelde verder, dat hij een dagboek had bijgehouden over zijn belevenissen als schoenmaker in Werkhoven. Hij beloofde mij het verhaal van zijn broer op papier te zetten. Een herseninfarct in januari van dit jaar gooide echter roet in het eten. In de loop van het jaar is hij redelijk hersteld maar een terugkeer naar zijn huis en zelf een verhaal op papier zetten is er niet meer bij. Als we hem opzoeken vertelt het 87-jarige baasje dat hij nog steeds bezig is zijn memoires over het leven als schoenmaker in Werkhoven op papier te krijgen, maar dat hij dat nu doet met hulp van anderen. Zijn dagboek ligt op tafel en op bladzijde 59 is het gebeurde over zijn broer Kees te lezen.

Er staat in het dagboek van Wim, dat zijn broer Kees als soldaat in Rotterdam had gediend en daar het bombardement van Rotterdam had meegemaakt en overleefd. Het gezin van de familie De Bruin bestond behalve vader en moeder uit 4 zonen en 2 dochters. Kees was de oudste en Wim de op een na jongste zoon. Men was de oorlog goed doorgekomen en ook zij hadden evacués uit Noord-Limburg gehad, o.a. de familie Giesbers uit Middelaar. Kees was na de bevrijding nog bij een soort dorpswacht geweest, was verloofd en had trouwplannen. Zijn vader en grootvader zouden vroeger met een trekschuit langs de Kromme Rijn gelopen hebben en daar was later een bodedienst uit voort gekomen. Kees had het bodebedrijfje van zijn vader overgenomen en de opdracht op zich genomen, om een groep evacués naar Milsbeek terug te brengen. Dat gebeurde met een huifkar op luchtbanden en met behulp van een hit (een klein paardje). In Leeuwen had men overnacht.

De droeve tijding van het gebeurde in Milsbeek is door de pastoor aan zijn vader en moeder thuis gebracht. De restanten van het lichaam van broer Kees zijn in een kist van steigerplanken, waar de specie nog op zat, door de Rijkspolitie naar Werkhoven gebracht. Het lichaam is niet meer in huis geweest. Het verhaal van het gebeurde is Wim in het ziekenhuis door Nellie verteld. Ook is hij later nog in Milsbeek gaan kijken en hij heeft nog een collega-schoenmaker gesproken. Die heeft hem verteld, dat hij als een van de eersten ter plekke was geweest en dat slechts een deel van het lichaam van zijn broer ernstig verminkt in de kist heeft gelegen. In Werkhoven is broer Kees met militaire eer begraven. Toen het paard met wagen door 2 mensen uit Milsbeek (Antoon Derksen en Giesje Grutters) thuis werd gebracht, moet vader het paardje op zijn manen hebben geklopt en moet het dier over zijn hele lijf getrild hebben. Dat gebeurde nog een keer toen moeder De Bruin het dier toesprak. Vader heeft de dood van zijn zoon Kees nooit kunnen verkroppen. Moeder was diepgelovig en aanvaarde het als ‘uit Gods hand’ en ging vol goede moed verder. Ze zijn beiden niet oud geworden en stierven kort na elkaar, vader 68 jaar en moeder 63 jaar oud.

‘Dit verhaal is gebaseerd op gesprekken met Annemieke Vissers-Kersten, Wiel Kusters, Doorke Derksen-Derks en Wim de Bruin. Nellie trouwde in 1948 met Herman Kersten en woonde aanvankelijk bij Wim Jansen aan de Zwarteweg in. Annemie, de oudste van hun 4 kinderen, is daar nog geboren. In mei 1949 legde ze, op de kavel waar het oude huis had gestaan, de eerste steen voor een nieuwe woning. Wiel Kusters is de jongste broer van Anneke Kusters en woont nog in Milsbeek aan het Heiveld. Wim de Bruin verblijft sinds begin dit jaar in het verzorgingstehuis Beukenstein in Driebergen, waar ik hem samen met Jan van den Hoogen en onze echtgenotes op 14 juni van dit jaar opzocht. In 2008 was hij met zijn dochter Tina nog bij de inzegening van het gerestaureerde monument voor de Milsbeekse burgerslachtoffers. Op dit monument staat ook de naam van zijn broer Kees.’

   
© Stichting CultuurBehoud Milsbeek - http://www.cultuurbehoudmilsbeek.nl